Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

144 DE MINTVERIGE

baare bloedvrienden. Niet bang voor armoede te lyden , fchoon weinig weetende, wat armoede betekende, verliet ik, om uwe gezellin te zyn, al bet myne en de mynen. Weinig vermogt ik mede te neemen. Myne handen hebben my hier onderhoud bezorgd. Ik heb u en beide uwe kinderen geftadig blyken poogen te geeven van een zufterlyk hart. Hoe onedel ondertuffchen ben ik, in den beginne, van

u bejegend geworden, toen gy die doodelyke

die verfoeielyke verbeelding, als of ik dezen ftap niet om u, maar om Fredrik, gedaan had, opvatte! ..

Julia na, (Dorcas om den hals vallende.)

6 Dorcas, fpreek van dien zwarten en akeliegen tyd toch niet!. . Gy vergaaft . . .

Dorcas.

Ja, ik heb u dat deerlyk, dat zondig vermoeden, uit grond myner ziele , vergeeven. Gy zyt van dien argwaan geneezen geworden. Wy hebben, na dien tyd, in de aangenaamfte ruft en den dierbaarden huiffchelyken vrede, oogenblikkelyke grilligheden uitgezonderd, doorgebragt. De voorzienigheid heeft haare zegeningen over uwe akkers en dit huis, van jaar tot jaar, onderfcheidenlyk, uitgeltort. Uwe kinderen hebben fchier eene onafre-

O

broken gezondheid mogen genieten. Hoe zeer werkt Carel uw Fredrik in de hand en hoe veel gemak ontfangt gy van uwe dochter! . . Maar, om nu eens regt openhartig van myne zyde te zyn, wanneer toch hebt gy myne vriendfchap voor u door

open-

Sluiten