Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i8o DE MINYPERIGE

D o R c a s, (haar "wederhoudende.)

Gy zult niet gaan.... Juliana. Laat my los voorftandfter der ontrouw en heelfier der fnoodheid, laat my los,.. Gy brengt my een vermoeden te binnen, dat ik eenmaal vervloekt heb, maar nu te rug roepe. Tuffchen u en Fredrik heeft

(Tegen haare dochter!) (Daar is een tyd geweeit Mietje, dat ik dit geloofde en weder niet geloofde, maar nu beginc dienaangaande alle twyffeling te verdvvynen.) Tusfchen u en Fredrik Dorcas, heeft eene onedele verfiandhouding plaats. Wat toch zou u anders beweegen, hem te befchermen ?.. Zo gaat het, wanneer men blindelings op betuigingen van vriendfchap afgaat.

Maria, (haare moeder -willende omhelzen )

Eedaar toch lieve moeder, en hoor Dorcas... Dorcas.

Neen Mietje... Laat uwe moeder woeden -

laat zy uitraazen. Hartstochten, als de haaren, zyn ftormen gelyk, die geweldig maar kort zyn. Jk ben die gewoon. Ik ben 'er niet bang voor. Eene ziel, als de myne, is doof voor alle betichcigingen, waar van het geweeten de waarheid ontkent. Uw vader en ik hebben in de daad altyd eene tedere verfiandhóuding geoeffend ; maar geene andere, dan die met de opperfte zuiverheid en de reinfte vriendfchap

Sluiten