Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

224 DE M1NYVEKIGE

Carel.

Uitmuntend! Maria. Goed, dan waar mede den beker weder gevuld?

Carel. Wel waar mede ? .. met water.

Maria. Neen, dat niet — dat durve ik niet waagen. Zy zou het ten eerften proeven.

Carel. Wel Iaat ze. Wat raakt ons dat fchepfel? . . Maar wilt gy geen water, neem dan van onzen gewoonen dagelykfchen drank.

Maria. Ja, dat is beter... Wilt gy wachten, dan zal ik icnielyk heengaan, en dit verrichten?

Carel. Ja wel; maar fpoed u dan. Vader mogt komen Maria.

Ik zal, in weinige oogenblikken, weder hier zyn.

(Zy neemt den beker en gaat heen.) VIERDE TOONEEL.

Carel, alleen. Is dat braaven mans werk, al doet het myn vader? Is dat handelen volgens die beginfelen, welken hy my altyd heeft willen inprenten ? Jaaren achter een, onder den fchyn van getrouwd te zyn, in ontucht

Sluiten