Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 231

Carel. Wel ja! . . maar gy hebr my bemind,zegt gy?

Dorcas. Ja, en dat, ik herhaal het, zeer teder en volftandig; juift niet, om dat ik u beden, zo wel als ik, meer dan dagelyks zie uitgedoft. . . maar, om dat ik u beminnelyk op u zeiven vind, en is dat niet genoeg?

Carel.

Gy weet, ik ben vrolyk van hart. Dorcas. Dat is ook eene reden, waarom ik u lief heb. (Hem naderende en de hand op zyn fchouder leggende,) Heb ik dan zo veele jaaren met u omgegaan Carel, en hebt gy in de daad nog niet kunnen bemerken, dat ik u liefheb? . . Veelligt zoudt gy liever hebben, dat ik u niet beminde.

Carel. Zeker Dorcas, gy geeft my de houding van een zotskap.. . Myne luchtigheid heeft u misfchien beledigd.

Dorcas.

Dat weet gy wel beter. Zo jonge luiden niet vrolyk zyn, zyn ze of ongefteld van ligchaam of Hecht van inborft. Heb ik niet dikwyls over uwe fnaakfche invallen gelagchen, en dezelven tegen de ernftige tegenkantingen van uw vader verdedigd ?.. maar om weder te keeren, daarwy gebleeven zyn, wilt gy dan niet, dat ik u lief hebbe? ..

Pa Ca-

Sluiten