Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TÖONEELSPEL. 307

Cardan.

Gy zyt edelmoedig Crates en de befte man van de waereld, maar.. . Gy moet my, voor dat ik meer zeg, belooven , dat onze vriendfchap niet betrokken zal worden in ons gedrag, ten aanzien van ■uw zoon en myne dochter.. .

C r a t È s. Onze vriendfchap myn heer ? .;

Cardan. Ja, onze vriendfchap. Crates. Gy maakt , denk ik, onderfcheid tusfchen betrekking vart kriftenmenfchen tot eikanderen en tusfchen waare, bepaalde en zuivere vriendfchap, die geene daad van verplichting, maar een werk Van het hart is?

Cardan.

Gewis myn heer, enikhoope, dat de vriendfchap, die tusfchen ons , van onzen academietyd reeds, heeft plaats gevonden, op die wyze moge onderfcheiden worden.

Crates. Dac zo zynde, dan kunnen wy dezelve niet Wel aan eene zyde ftellen, wanneer wy over het lot onzer kinderen met eikanderen raadplcegen. Cardan. Hoe! waarom niet?

Crates* Zal iemant, meent gy, zyn kind niet liever aan dat van zyn byzonderen vriend, dan aan dat van V 2 een

Sluiten