Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL, 317

kinderen, dien ftaat te gunnen, dien wy, naar 'c beredeneeren der omftandigheden, als redelyke wezens, belyden moeten, hen door de Voorzienigheid te zyn toegefchikt! . .

Cardan. Gy fpreekt als een kerkelyke myn Heer, en de achting, welken ik luiden van uwe bediening en uw caracter toedraag , heeft my belet , eenige aanmerkingen op uwe woorden te maaken. Gy hebt uwe denkwyze, en ik de myne. Vryheid is de ziel en de band der faamenleeving, en zo weinig ik u tot myne wyze van denken zou willen overhaalen, zo ongaerne zöu ik zien , dat gy verder moeite te werk ftelde, om my naar uwen denktrant te willen vormen. Zo 'er rekenfchap van handel en wandel, ten eenigen dage , zal moeten gegeeven worden, zult gy zekerlyk voor my niet, en ik zal voor u niet behoeven te antwoorden... Gy zyt ten mynen huize; en ik betuig u, zo aangenaam een gaft, als my iemant zyn kan. Hoe langer gy, in die hoedanigheid, my uwgezclfchap wilt doen genieten, hoe aangenaamer het my zyn zal; maar, om, op eenmaal, te zeggen, waar 't op ftaat, myn kind zal ik nooit .aan uw zoon geeven, zo lang hy van eene andere kerkgezinde is als de myne. Dit zeg ik opzetteIyk, om u te toonen, dat ik, buiten dat verfchil, niemant, gereeder dan hem, myne dochter zou geeven. . . En, gy moet my zulks niet ten kwaade neemen, de zaak tusfchen uw zoon en Alexandrine zynde, zo als die nu is, kan ik niet wel gedoo-

gen3

Sluiten