Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. ft

reld, zullen U ooit den zoeten flaap weder geeven, die gy gisteren nog hadt.

TWAALFPE TOONEEL.

Othello, Jago.

• Othello. Ha! trouwloos —— tegens my.' tegens my.' Jago.

Nu, nu , waarde Generaal ; niets meer daar van.

Othello. Voort! —• ga! — gy hebt my op de Pynbank gefpannsn, het is waaragtig beter, geheel en al bedroogen te worden, als een weinigje daar van te weeten!

Jago.

Hoe, Myn Heer!

Othell-o,

Wat wist ik van haar geftoolene uitwykingen ? ik zag haar niet; dacht 'er niet aan; en zy krenkte my niet. ik fliep de volgende nacht daar goed op, was gerust en wel gemoed : ik vond Casfio's kusfchen niet op haare lippen! wanneer hy, die men § berooft heeft, het geftoolene niet vermischt, zo zegt het hem niet, en hy zal niet beftoolen weezen.

Jago.

Het dost my leed zulks te hooren.

Othello.

En al bad het ganttche Leger, Soldaaten Jongens en alles, haar goedgunftig iyf genooten, en ik wist niets daar van; zo waar ik toch gelukkig, ó! Vaar nu voor eeuwig wel, gemoedsrust! Vaar wel te vreedenheid! Vaar wel, gy toegerusten Heire; en gy, ftoutmoedigen Kryg, die de Eergierigheid fn deugd hervormd, ó.' Vaar welt —» Vaart wel

bries*

Sluiten