Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«» OTHELLO.

Heer, dat zy eerlyk is. En zo gy anders denkf,

fe d6Ze !ledlCfcten : Z? bedrieeen «w ha"t

de Hemel vergeld het de Elendelingen die ü zulks in t hoofd gebracht hebben, met den vloek der Slange: want wanneer zy niet deugdzaam, ze^6wnJro,u7 1S! 20 is 'er geen gelukkig Man op dif° 18 ,de onfch"'digfte onder de Vrou. wen ZO ftrafbaar als het Overfpel.

Othello.

Laat zy by my komen ga/ (Smilia

vertrekt.) Zy zegt genoeg maar het zou wél

eene onnozele Koppelaarfter zyn, die niet even zo

Hoer. het Slot en de Sleutel voor het boeven Ka.

K zelf^cz'eï'f1 27 °P de kDiën' e" bid:dlÉ

TIENDE TOONEEL Othsllo, EtorLii, Desdemona.

far.t. Dbsd«MOWA. .

•vat beveeld gy, Myn Gemaal?

Othello. Kom nader myn Duifje: ik verzoek het Ü.

Wat beveeld gy?

Othello.

jjicht"1 "WC °°êen Z'en' Zie my in '* aanSe' Desdemona. Wat is dat voor een fchrikkelyke inval?

Othello, (ï^e7l Emilia.-) Volvoer uw ampt, Vrouw Koppelaarfter; laat de twee Boelen alleen , en fluit de deur toe : hoest! of roept; bem/ wanneer 'er iemant komt/ — bw kunst' uw kunst''— nu, ga voort.

ELFDE

Sluiten