Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. H& ELFDE TOONEEL. Othello, Desdemona.

DesdemonaIk bid U op myne kniën, wat wilt gy eigentlyk, zeggen? ik verftaa de gramfchap uwer woorden; maar de woorden zelf niet.

Othello. Ha' wie zyt gy?

Desdemona. Uw Vrouw, Otbelio. Uw trouwe eh redelyke Vrouw.

Othello. Kom, zweer, verdoem U zelf; anders mochten de Duivels fchuuw zyn om de hand aan U te leggen , wyl gy zo veel overeenkomst met een hemelsch wezen. hebt. daarom zyt gy dubbeld verdoemd, zweer, dat gy eerlyk zyt.

Desdemona. Dat weet de Hemel •*

Othello. De Hemel weet dat gy zo valsch, als de Hel, zyt.

Desdemona. Tegen wie, myn Gemaal ? wanneer ? wie beftaan ik valsch?

Othello. ö Desdemona/ voort / voort / voort.'

Desdemona. o Ongelukkige dag/— waarom weent gy*-ben ik de oorzaak dezer traanen , myn Gemaal 4 denkt gy mogelyk, dat myn Vader aan uwe terugroeping fchuld heeft, zo laat my dat niet ontgelden, wanneer gy zyne Vriendfchap verlooren hebt, toen heb ik dezelve ook verlooren.

III. Deel. I Othe*

Sluiten