Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J34 OTHELLO-

_ Ja eo.

Ween toch niet; ween toch niet •—»• dat God zich ontferme!

Emilia,

Heeft 27 zo veele voornaame partyen afgeflas. gen, haar Vader, haar Vaderland, en haare Vrien» den verlaaten, om voor Hoer uitgefcholden tewor•en ? Zon men daar over niet weenen t

DllDEMONA.

Dat is nu myn rampzaaiig noodlot.

Jaoo.

Die booze Man • hoe komt hy doch aan dergelyke invallen f M DxaniMOVA. ja, dat weet de Hemel 1

Emilia.

Ik Iaat my hangen, indien niet ergens een helfche Booswigt, een ontaarte en valsch fpreeken de Schurk, een Praatzuchtige, bedriegende Boef deze misdryven bedacht heeft, om een bediening van hem te verkrygen. Ik wil my hangen laaien indien dat «0 niet is.

Jaoo.

_ ö! Foei 1 zulk een Mensch is "er in de Waereld ■iet; dat is niet mogelyk.

DfiSDF. MONA.

Ia 'er zo een , dan vergeevc den Hemel hem zulks.

Emilia.

Een Strop vergeef hem ! en de Hel knaage zyn gebeente waarom moest hy haar Hoer heeten ? wie gaat met haar om? waar?wanneer?hoe?waar blykt eenige waarfchynlykheid daar van f de Moor Is bedroogen —. door eenen onwaardigen Schurk; een fchandelyken Boef ; of verworpen Booswicht 0 Hemel« dat gy toch zulke Zonden aan 't licht bragt, en aan iedere rechtfchaapene hand een Qeesfelroede wilde geeven, om dien Booswicht

naakend

Sluiten