Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

iet

Emilia.

, Casfio, Myn Heer, heeft eanen Tongen Venetiaaner, Roderigo, vermoord. _ . Othello. Kodengo vermoord» en Casfio vermoord? XT Emilia. Neen, Casfio is niet vermoeid.

Othello. Casfio is niet vermoord?— dan is de Moord uit de klank gekomen , en de zoetklinkende wraak klinkt ruw.'

Desdemona. (/f). ó.' Onfchuldig, onfchuldig vermoordt.

Emilia. Hemel! wat is dat voor een klaagftem ?

Othello, Dat?.» wat*

Emilia.

Hemel- het is de ftem van Mevrouw.'-i hebt help.!,— help help! — ha, Mevrouw, fpreek tóch nog eens. tedre Desdemona.' lieffte Desdemona • fpreek toch !

Dis-

C«») Wanneer Othello, Desdemona alleen verfliktte, en de Bed.deken waar mede zulks geschiedde, weder van baar weggenomen werd, eet haare Adem volkomen onderdrukt was , zo kon zy weder fpreeken, zo als zy bier doet, en zich daar na weder volkomen berhaalen : zy zegt maar , dat zy vermoord is. het is daar door vermoedelyk, dat eenige woorden tot aanwyzing voor de Tooneelfpelers, naar de bovenflaande plaatze: „ ik wil U niet gaarne u lang lyden laaten. — Zo, zo" verlooren zyn gegaan. Hy móet baar daar by verflikken , en by de wederbaaling der laatfte woorden den floot weder berhaalen. Zie Vis gil. —— Sic, fic.juvat ire fub umbras,——.

Stee vk ns.

III. Deel. L

Sluiten