Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 167

zendmaal gebluscht heeft. — Casfio heeft het bekend, en zy vergold hem de werken zyner liefde met het eerfte 'geichenk der trouw dat ik aan haar gegeeven hadt. ik zag het in zyn hand. het was een Neusdoek, eene oude gedachtenis die myn Vader aan myne Moeder gaf. (II) Emilia. ó! Hemel-' ó Gy magten des Hemel»/ Jago.

Zwyg zeg ik U.

Emilia.

Het moet 'er uit; het moet 'er uit ik zwy.

gen?— neen, nooit ! ik wil zo vry fpreeken als de Noordenwind, laat Hemel en Aarde en Dui« vel; laaien zy alle,alle, alle my gebieden om te zwygen; ik wil toch fpreeken.

Jago.

Wees gefchikt, en gaat naar huis.

Emilia.

Dat wil ik niet.

(Jago maakt beweegingen om laar tt doorfteeken.) Gratiano' Foei / uw deegen tegen een Vrouw ? Emilia.

ö, Verblinde Moor! de Neusdoek daar gy van fpreekt, vond ik onlangs,en gaf hem mynen Man. want hy had my dikmaals op 't fterkfie , en ernfti.

ger

(11) Dit fcbynt bet voorgaande verbaal van Othïl» 1.0, (Derde liedryf, Vyttiende Tooneel,) van dezen Neusdoek te wederfpreeken; alleen zal bet eerfle, naar alle gedachten verdicht en grootfpraakery zyn , om Desdemona daar door te ongeruster te maaken. in dit opzicht is bem de bloote waarheid genoeg.

Steeven s.

L 4

Sluiten