Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL. 255

Prins Henrik. Én gy van Natuur een Bioodaart , zonder In« ftinct.

Falstaff. o Ik verloogchen den Majoor, wilt gy den Sheriff niet hier hebben; goed; zo Ja , laat hem dan hier in komen, indien ik niet met even zulke omftandigheden op een karre zit, als ooit iemant, zo verwenfch ik het dat men my groot gezoogen heeft. Ik hoop, dat ik even zo ras met een ftrik zal geworgt worden als een van allen.

Prtns Henrik. Kom , verfteek u agter het Tapyt ; de anderen moogen boven gaan. Thans myne Heeren doet een eerlyk gezicht en een goed ge weeten zyn dienft. Falstaff. Beiden heb ik gehad; maar de tyd is voorby; daarom verfteek ik my.

Prins Henrik. Roep den Sheriff binnen.

ELFDE TOONEEL. /

Prins Henrik, Poins, de Sheriff, een Voerman.

Prins Henrik. Nu, Heer Sheriff, wat begeerd gy van my? Sheriff.

Eerftbid ik om vergeeving, Milord? — daar was een ontzagchlyk gefchreeuw en geweld onder zekere Lieden die hier in huis gegaan zyn. Prins Henrik. Wat zyn dat voor Lieden?

Sheriff.

Een van hen is genoeg bekend, Milord; een dikke vette Kaerel.

Voes-

Sluiten