Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL. 259,

Moeders kat gej'ongt. hadt, en gy nooit gebooren waart.

Glendower. Ik zeg u dat de Aarde beefde toen ik gebooren wierd.

H o tspur. En ik zeg, indien de Aarde zulks deed, dacht zy niet gelyk ik, want gy meend dat zy uit vreeze voor u gebeeft heeft.

G lend ower.

. De gantlchen Hemel was vol vuur; en de Aarde Zidderde.

H o t s p u e.

Nu dan zidderde zy om dat zy den Hemel in vuur zag, en niet uit vreeze om dat gy gebooren wierd. de natuur der kranke heeft zeer dikmaais zeld» zaame uitwerkingen, zyne Aarde werd zomtyds van de losbandige winden, die in het lyf gevangen zyn , met een foort van Koliek gekweld ; dat zo veel be« Weeging maakt om door te breeken, dat de Moe» der aarde zo fterk febudt, dat de hoogfte Kafteelen en fterkste Toorens daar door inftorten. toen gy gebooren wierd had onze grootmoeder de Aarde éven zulk eene aanflooting van onpaslykheid ; en daar door beefde zy.

Glendower.

Neef, diergelyke tegenfpraak zou ik van geen an. der verdraagen. Staa my toe u nog eens te zeggen 5 dat by myne geboorte het aangezicht des Hemels vol vuurige geftjitens was. de Geiten liepen van de Bergen neder ,• en de kudden loeiden inj't Veld, ongemeen verfchrikt zyn de. deze tekenen beduiden dat ik een buiten gemeen Man zo j zyn: en alle de handelingen mynes levens bewyzen, dat ik niet on« der de Clasfe van de gewoone Menfchen hehoore. wie leeft'er tusfchen de grenzen waarmede de Zee, Engeland, Schotland, en Wallis befloit, die zich betoemen kan myn Leermeester geweeft te zyn ? en R z be*

Sluiten