Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL. S95

Prins Henrik. Ik heb van myn Leven nog geen armzaaliger nog lomper Honden gezien.

Falstaff. Zagt, zagt ; zy zyn goed genoeg om dood te flaan: voêr voor't kruit; voêr voor 't kruit. Zy vullen een graft zo goed als andere die beeter zyn: zagt Hal, fterfelyke, enkel fterffeïyke Menfchen 1 Westmorland. Zeer goed, Sir John. maar my dunkt ook dat zy 'er al te armzaalig en te hongerig uitzien: veels te bedelachtig.

Falstaff. Wat haare armoede beireft, ik weet waarachtig niet, hoe zy daar toe komen; en dat hongerig aan. zien hebben zy ten minste van my niet geleerd. Prins Henrik. Neen, waaiachtig niet, of drie vingeren dik vet op de Ribben moest een hongerig uitzien heeten. maar Kaerel maak u toch voort ; want Percy is reeds aangerukt.

Falstaff. Hoe is de Koning al in het Leger ?

Westmorland. Zekerlyk, Sir John; ik vrees dat wy te lang talmen.

Falstaff.

Wel zeker Ja.

Hy, die een goede gaft en flegfe Krygsmanis," Komt na het eind des ftryds, maar voor het maal ten dis.

(Zy vertrekken,)

T 4 ZES'

Sluiten