Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L r S P E L, 353

maaken, daar ik het TJ zo even verbiede ? ■» -»! Daar, neem dat weg, heer Schurk.'

Dromio van Ephefen.

Wat bedoeld gy daar mede Myn Heer ? .'

Om Godswil houd uwe handen voor U'nu , indien gy niet wilt Myn Heer, dan zal ik myn beenen gebruiken. % (hy vertrekt.) Awtipholis. De Schurk is, zo waar ik leef, door de een of andren ftreek het geld kwyt geraakt! —— men zegt dat deze Stad vol Gauwdieven is (c),vol Goochelaars, welke de oogen verblinden, zwarte Kunftenaars die het gemoed veranderen; en Zielverderfe» lyke Hexen; die het Lichaam doen verdwynen; verkleede Beurzetnyders, zwetzende Marktfchreeu • wers, en van veele foortgelyke Lieden, die zich alles veroorlooft hebben. Indien dat zo is, dan wil ik zo veel te fpoediger van hier vertrekken. Thans ga ik naar den Centaurus , om den Schurk op te zoeken; Ik vrees fterk, dat myn geld niet wel bewaard is.

(c) Dit was het Caraiïer. dat de Ouden aan deze Stad gaaven, daar van ontjl'ond dat gemeene fpreekwoord Etpena atXSi^a^^ot zo ais het Menander gebruikt > en Etfjcncc vsa pisara in den gewoonen Zin,

Warbu.rton. Einde van het Eerji'e Bedryf.

III. Deel, Z TWEE

Sluiten