Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

382

Dl DWAALING

iira ■ i. Antipholis. Wie is het dan?

Dromio.

fcen zeer refpektahsl Pcrfoon, Myn Heerreen feiloon van welke men niets durft fpreeken zon oer te zeggen, met refpekt te fpreeken. ik maak flegts een gantlcn mager geluk wanneer ik den handel aan ga, en evenwel is het eene ontzachelykevet. te party. *

Antipholis.

Hoe, zo ?

JSS^S1!?' ^erV is de Keukenmeid, te gebruiken was dan tot een Lamp om by haar «gen licht voor haar, daar van af teloopen. ikftaa «_ voor m, dat haar kleeren met hef fmeer dat er m is, een, geheelen Laplandfchen winter zouden doorbranden, indien zy tot aan den Jongften dag leeft , zal zy zekerlyk een geheelen week lange? branden als de geheele waereld. •

A n t i ph o l i s.

Hoe ziet zy 'er dan uit ?

Dromio.

Zwart, gelyk myne fchoenen; maar haar gezicht zelf is zo reira als iets; en waarlyk zo fterk dat zy zweet dat men tot over de fchoenen in het vet van haar kan waaden.

Antipholis.

fyll* "? get>rek 'L we,k h« wateweder goed kali maaken.

D r o m i o.

Neen, Myn Heer! het is vee! te flim; Noachs Zondvloed zou niet toerykende zyn.

Antipholis. ' Hoe heet zy dan ?

Dromio.

Nell, Myn Heer Maar haar naam, en drie

Kierde (dat 1S een £1 eD drie vierde; is SgSver!

re

Sluiten