Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38<S A L I N G.

Angelo.

Dat weet ik wel, Myn Heer. Zie, hier is de -keten, ik meende dat ik ü in 't Steekelzwyn zou aantreffen, ik moeft zo lang uitblyven, terwyl de keten nog niet klaar was.

Antipholis. Wat zal ik daar meê doen?

An belo.

Wat gy wilt Myn Heer; ik heb denzelven voor U gemaakt.

Antipholis. Voor my gemaakt, Myn Heer? ik heb hem toch met befteld.

A n g e l o.

Niet ééns of tweemaal , maar wel twintigmaal hebt gy hem befteld. Ga naar buis, en verheug 'er uw Vrouw mede; ik zal van avond wel by u komen , en 'er het geld voor haaien.

Antipholis. Ik bid U Myn Heer; neem dat geld liever thans aan; gy mogt anders geld noch keten wederzien. Angelo.

Gy gelieft thans te fpotten, Myn Heer. vaarwel.

ZESDE TOONEEL.

Antipholis. (alleen)

Ik weet niet wat ik hiervan denken zal; maar dat weet ik even wel, dat 'er niemant zo eenvoudig zou zyn om zulk een fcboone Keten te weigeren, wanneer men hem dezelve aanbood. Ik zie wei, dat men hier geen groote kunft behoeft te gebruiken, om te kunnen leven, daar zulke koftbaare gefchenken ons op de ftraat in de handen loopen. Ik zal naar de Markt gaan en Dromio opwagten, en zo 'jr ergens een Schip afvaart; ftap ik 'er op en daar mede voort.'

Minde van bet Derde Bedryf.

VIERDE

Sluiten