Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L Y S P K L. 41»

VYFDE TOONEEL. Een Booöe, de voorigen.

BOODEi

jufvrouw .' Jufvrouw / Spoedig, red U toch! Myn Heer en zyn Knegt hebben zich beiden losgerukt , hebben de Maagden der Rey braaf afgeklopt , en den Doftor gebonden. Zy hebben hem den baart met brandnetelen afgezengt. (u) en ter. wyl hy zich kromde, gooten zy een gantfche Ketel Pompwater over hem heen, om het haair weder te blusfchen. Myn Heer Predikte hem geduld, en in die tyd poetfte hem zyn Dienaar met een Schaar, dat hy gek meende te worden. Word hem niet op bet oogenbük iemand ter hulp gefchikt, zo ben ik verzekert dat zy den armen Duivelbanner om het leven zullen brengen.

Adriana.

Zwyg.gy Gekke Kaerel luw Heer en zyn Knegt zyn beide hier. het is alles valfch wat gy ons daar verteld.

Bode.

Jufvrouw' ik zeg U by myn Ziel de waarheid, ik heb naauwlyKs adem gehaald, zedert ik het mee myne oogen gezien heb. Hy raaft ontzagchlyk over

(w) Deze belagchelyke omfiandigbeid . ftaat bief geenszints aan de onechte plaatje; veel Zonderbaarer is het, zulks in een Heldendicht, midden onder de Schrik' kelyke Beelden des Slagts, en des bloedvergieten} te vinden, namelyk inde Enaide Boek XII. Obvius ambuftrim torrem Chorinasus ab ara Corripit, & venienti Ebufo, plagamque ferenti Occupat os flammis. lilis ingeni barba reluxit, Nidoremque ambufta dedit.

Dd 2 '

Sluiten