Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S f E L. 423

AtfGELO.

Hy beeft bem gekreegen, grootmoogend Heer , en toen hy daar ftrak hier kwam , bebben deze Menfchen gezien, dat hy de Keten aan zynen hals droeg.

Koopman. Boven dit alles kan ik daar op zweeren, dat ik bem met deze myne Ooren heb hooren bekennen , dat hy die Keten van ü gekregen,na hy te vooren op de Markt het tegendeel gezwooren hadt ;ik trok om die redenen mynen degen, en hy redde zich in deze Abdy, uit welke hy door een Wonderwerk, denk ik, weder uitgekomen is.

Antipholis. Ik ben nooit in deze Abdy geweeft; ook; hebt: gy nooit uwen degen tegens my getrokken. Ook neb ik, zo waar ik leeve die Keten nooit gezien, by befchuldigt my alle onrechtvaardig.

Salinus.

Welk een verwarden Handel is dit? — ik geloof dat gy allen uit Circé's Besker gedronken hebt. Hebt sy hem in dit Klooster gedreeven , dan moet hy er ook in zyn; was hy raazend dan zou hy zyne klagten niet met zulk een koud bloed voordraagen. Gy zegt, hy heeft dezen Middag fhuis met ü gegeeten; maar den Goudfrnit wederfpreekt dit. — Wat zegt gy dan, goede Vriend?

D E o m i o.

Grootmoogend Heer.hy heeft dezen Middag met dit Viouw>perfoon hier in het Steekelzwyn gegeeten.

T u l i a.

Dat heeft hy, en daar trok hy my dezen Ring ▼an den Vinger.

Antipholis. Dat is waar, Grootmoogend Heer, dezen Ring kreeg ik van haar.

Dd4 Hl*

Sluiten