Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S F E Li m

Antipholis van Syrakufa. Ik geloof Ja , ik verloogchen het niet.

Anttpholis van Ephefen. En gy Myn Heer, zette my wegens deze Keten in de Gevankenisfe.

Adriana. Ik gaf aan Dromio geld om U weder vryremaa» ken;maar ik geloof dat hy het U niet gebragt heeft, t D r o m i o van Ephefen. Aan my 'niet,

Antipholis van Syrakufa, Deze Beurs met Dukaten ontviog ik van U; en Dromio myn Slaaf bragt hem my. Ik zie dat wy 'elkanders Bedienden telkens ontmoetten. Men hield U voor my, en my voor U, en daar ontftondBa alle deze dwaalingen uit.

Antipholis van Ephefen. Deze Dukaten geef ik voor myn Vader te pand. Salinus.

Dat behoeft niet , uw Vader zal in 't leven blyven. Julia.

Myn Heer, ik moet dezen Diamant weder hebben.

Antipholis van Ephefen. Daar, neem hem weg,ik zeg TJ dank voor uwe hërberging. »

Abdisse.

Grootmoogend Heer, verneder U toch, om met ons in de' Abdy te gaan, en; de uitvoerige Gefchie. denisfe van alle onzeomftandigheden aan te hooren. En gy allen, die door deze Sympathetifche Dwaa. ling één dag onrecht geleden hebt, komt en ver-< meert ons gezelfchap,zo zult gy uwe volle bevreediging ontvangen. Vyf en twingtig Jaar , myner Zoonen, ben ik met ü in zorgen geweeft j en in dit gelukkig oogenblik ben ik eerft van myne zwaare banden ontbondeD. de Hertog, myn Man, myn beide Kinderen , en gy, de Almanach van hunne geboorie,zuIlen allen met my op het vreagdemaal

komen,

Sluiten