Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22 MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA.

duifternis;zy zyn meer erflyk dan aangekocht;die hy niet kan gelyk verwisfelen degeenen, die by zelf gekozen heeft.

C B S A e.

Gy zyt al te toegeevende. Laaten wy al eens Hellen, dat het geen misflag is in het bed van Ptolemeus zich te wentelen; een Koningryk weg te geeven om een kortftondig vermaak te genieten; te zitten en om prys te drinken met eenflaaf, byde ftraat te ilingeren in den achtermiddag, en te banketfeeren met deugnieten, die van zweet en onreiriigheid (linken; zeg, dat hem dit niet onvoeglyk is; fchoon het iemand van een' zeldzaamen aart moet zyn, dien deeze dingen niet verachtelyk maaken, kan echter Antonius in geenen deele zyne dwaasheden verfchoonen, daar wy zo groot een gewigt om zyne Jigtheid moeten draagen. Wanneer hy enkel zyn' ledigen tyd in wellust doorbragt.dan zou walging en uitdrooging van zyn gebeente hem zulks vergelden; maar zulk een' tyd te verkwisten, die hem door den trommel van zyne fpelen afroept, en even fterk fpreekt als zyn eigen belang en het onze, dat is om uitgefcholden te worden , even gelyk men jonge lieden fcheld, die,fchoon ryp in kennis , echter hunne ondervinding aan hun tegenwoordig vermaak verpanden, en dus tegen hun gezond oordeel opftaan. (Een bode treed binnen,)' Lepidüs.

Daar is weder meer nieuws.

Bode.

Uwe bevélen zyn gevolgd ; en van uur tot uur zalmen u bericht geeven, edele Casfar, hoe het buiten ftaat. Pompejus is magtig ter zee, en het lchynt, dat hy bemind is by de geenen, die Cajfar uit vrees onderdaanig waren. De misnoegden komen weder op in da zeehavens, en volgens het zeggen dier lieden is hem groot ongelyk aange. daan.

zeg-

Sluiten