Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3«> MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA.

pompejds,

Van wien hebt gy dit ? Het is niet waar. Menecrates.

Van Silvius, Mynheer.

Pompejus.

Hy droomt; ik weet,dat zy beiden in Romen zyn, en uitzien naar Antonius; maar mogten alle de behoorlykheden der liefde, o wellustige Cleo« patra , uwe reeds verbleekende lippen bevallig maakenlLaat de toverkracht zich met de fchoon. heid vereenigen , en dartelheid met die beide • fluit den brasfer op in een perk van gastmaalen t houd zyne harfens in geftadige dampen ; en gy ' Epicurifche koks, fcherpt fteeds zyne eetlust door nooit verzadigende faufen ; laat flaapen en eeten zyne eer fteeds doen terug wyken tot in den poel der bedwelming van Lethe.' — (Varius treed linnen) Wat brengt ons Varius?

Varius.

Hetgeen ik u zeggen zal is allerzekerst. Mar. cus Antonius word alle oogenblikken in Romen verwacht. Nu hy uit Egypten vertrokken is is hy ook in ftaat om eene verdere reis te doen. Pompejus.

Ik kon aan eene mindere zaak wel een beter oor geleend hebben. Ik dacht niet, Menas, dat deeze verliefde boeleerder , om een' zo geringen oorlog den helm zou opgezet hebben ; hy is tweemaal grooter krygsman dan de twee anderen. Maar laaten wy onze verbeelding des te hooger verheffen, en denken, dat de vrees voor ons in ftaat is om den nimmer van wellust verzadigden Antonius uit den fchoot der Egyptifche weduw te zukken.

Menas.

Ik kan niet denken , dat Cajfar en Antonius eikanderen zeer vriendelyk zullen ontmoeten. Zyne vrouw;, die overleden is, het ft misdaan tegen

Sluiten