Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32 MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA.

Ahenobarbus. Alle tyden voegen voor de zaaken , die daarin geboren worden.

Lepidus.

Maar geringe zaaken moeten wykeh foor groo. tere.

Ahenobarbus. Niet, wanneer de geringe eerst komen. Lepidus.

Uwe taal is die der drift; maar, ik bid u.krab toch geene vonken op. Daar komt de edele An> tonius. (Antonius en Ventidius komen op ) Ahenobarbus.

En gints komt Cajfar. (Cafar, Meccenas, en Agrippa komen van een' anderen kant op.)

Antoni u s.

Wanneer wy hier een goed vergelyk kunnen treffen, dan gaan wy naar de Parthen. — Hoornier, Ventidius.'

C m t a r.

Ik weet het niet, Mecaenas,vraag het Agrippa; L e p i d u s.

Edele Vrienden .' Hetgeen ons vereenigde was eene zaak van het ufteifte gewigt; laat derhal ven geene mindere zaak ons vaneen fcheuren. Laat het geen 'er niet wel gedaan mogt zyn van beide kanten bedaardelyk gehoord worden. Wanneer wy ons gering gefchil in het openbaar betwisten, dan begaan wy een* moord in de plaats van wonden te heelen. Daarom, edele Metgezellen, bid ik u ernftiglyk, raakt de gevoeligfte punten in de zachtfte bewoordingen aan; en laat geene heethoofdigheid de zaak erger maaken.

Antonius. Gy fpreekt zeer wel; indien wy aan het hoofd van onze legers Honden , dan zou ik dus laaten doen. (Hy maakt bevuys als of by de trompetten vuilde doen blaazen.)

Cé.

Sluiten