Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42 MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA.

haar niet terug gehouden had, ook mede zou gegaan zyn om op Cleopatra te ftaaroogen, en dus eene gaaping in de natuur gemaakt hebben.

Ac rippa.

Welk eene zeldzaame Eeyptifcbe vrouw! Ahenobarbus.

Toen zy geland was zond Antonius een'bode aan haar om haar ten avondmaal te verzoeken; doch zy gaf ten antwoord: Dat het beter zou zyn, dat hy haar^ast wierd;enonze beleefde Antonius, uit wiens mond geene vrouw nog ooit een weigerend antwoord heeft gehoord, begaf zich, na voor het minst wel tienmaal gefchoren te zyn , naar het feest; en betaalde zyn gelag met zyn hart voor het eene Hechts zyne oogen genoten hadden.

Agrippa.

o Koninglyke Overfpeelfter! Zy maakte, dat de groote Cxfar zyn zwaard op haar bed aflegde ; hy zaaide, maar zy maaide.

Ahenobarbus.

Ik zag haar eens veertig fchreden verre langs de openbaare ftraat huppelen; en hierdoor buiten adem geraakt fprak en frameide zy zó bevallig, dat dit gebrek haare volmaaktheden vermeerderde, en dat zy ademloos kracht fcheen uit te ademen.

Mecenas.

Nu zal Antonius haar echter voor altoos moeten verlaaten.

Ahenobarbus. Neen, dit zal hy nimmer doen. De jaaren kunnen baar niet doen verwelken, of de gewoonheid haar van haare oneindige nieuwe vonden berooven; andere vrouwen verzadigen de lusten, die zy voeden, maar zy fcherpt den honger, wanneer zy dien op het meest voldoet. Want de flechtfte daaden worden byhaar zódanig, dat de heilige priefters haar zelfs nog hunnen zegen geeven, wanneer zy zich daarmede befmet heeft.

Sluiten