Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«4 MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA.'

pompejus.

Wat zegt gy.'

Menas.

Wilt gy Heer zyn van de geheele waereld ? Dat is tweemaal.

Pompejus. Hoe zou dat kunnen gelchieden ?

Menas.

Overweeg het Hechts wel,en dan zal ik, fchoon gy my als onvermoogend befchouwt, de man zyn , die u de geheele waereld zal fchenken.

Pompejus. Hebt gy braaf gedronken ?

Menas.

Neen, Pompejus, ik heb my van den wyn onthouden. Gy zyt van nu af aan , zo gy flechts moed hebt , de aardfche Jupiter. Alles, dat«de Oceaan omvat, en de Hemel overdekt, is het uwe, zo gy het begeert.

Pompe jus. Wys my den weg daartoe.

Menas.

Deeze drie verdeelers van de Waereld, deeze mededingers zyn thans in uw fchip. Laat nu het anker ligten, en wanner wy in zee geftoken zyn kun», nen wy hen den hals affnyden, en alles is aan u. Pompejus.

Ach, dit had gy moeten doen zonder my daarvan iets te zeggen. In my zou het een fchelmftuk weezen, en in u zou het een goede dienst geweest zyn. Weet, dat myn voordeel myne eer niet moet beftieren, maar myne eer myn voordeel. Laat het u berouwen , dat uwe tong ooit uw voorneemen verraden heeft. Zo het buiten myne kennis gefchied was, dan zou ik het van achteren goedgekeurd hebben; maar thans ben ik verplicht het at te keuren. Laat dit ontwerp vaaren, en drink.

Mi-

Sluiten