Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io5 MARCUS ANTONIUS es CLEOPATRA.

misfchien kunt gisfen, wat ingetogenheid zy, gy die echter nimmer bezeten hebt.

Cleopatra. Waarom zegt gy dat ?

Antonius. Een'knaap, die een gefchenk zou aanneemen, en zeggen: De Goden moeten bet u vergelden.' toe te laaten, dat hy zich gemeen maake met myne fpeelgenoote, uwe hand; dat Koninglyke zegel en onderpand van edele harten.' —— Ach.' dat ik op den berg Bafan ware om daar de gehoornde kudden te overbrnllen, want ik heb hiertoe eene vreemde oorzaak.' en die op eene beleefde wyze bekend te maaken, zou zyn, als een man met een' ftrop om de keel , die den beul bedankt omdat hy haast met hem maakt. (De Dienaars komen weder met Thyreus-) Is hy gegeesfeld ? Bediende. Ter deeg, Mynheer.

Antonius. Schreeuwde hy? verzocht hy vergiffenis?

Bediende. Hy fmeekte om genade.

Antonius. (tegen Thyreus.) Indien uw vader nog leeft mag het hem wel be. rouwen, dat gy niet zyne dochter geboren zyt; en gy zelf moogt wel bedroefd zyn, wanneer gy Casfar by zyn' triumf verzelt, naardien gy eens gegeesfeld zyt, omdat gy hem gevolgd hebt. Dat in het toe» komende de blanke hand van eene aanzieniyke vrouw u (van fchrik) de koorts doe krygcn! Beef zo menigmaal gy daarop uwe oogen flaat. • Keer

nu terug naar Casfar ; verhaal hem hoe gy hier ontfangen zyt; zeg hem, dat hy my toornig maakt tegen hem ; want hy fchynt trotfch en verontwaerdigend te worden, ophaalende hetgeen ik nu ben, en niet, hetgeen hy wel weet , dat ik was. Hy maakt my toornig; cn dit valt hem zeer ligt

te

Sluiten