Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïo8 MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA.

begraven blyven leggen, tot dat de vliegen en muggen van den Nyl hen als eene prooi in hunne ingewanden begraven hebben.

Antonius. Ik ben voldaan. Casfar is in optogt naar Alexandriën, en daar zal ik my nog eens tegen zyn lot verzetten. Onze landmagt heeft zich dapper ge. dragen; en onze verftrooide zeemagt heeft zich weder byeen gevoegd, en dobbert op nieuw op de baaren als eene geduchte vloot. Waar zyt gy geweest, o, myn hart? Hoor, Mevrouw; wanneer ik nu eens weder uit het veld kom om uwe lippen te kusfen , dan zal ik (voor u) met bloed bedekt verfcbynen; ik en myn zwaard zullen my een' naam in de jaarboeken doen verkrygen; ik hoop nog op beiden.

Cleopatra.

Zie daar weder myn' dapperen heldl Antonius.

Ik zal driedubbele kracht in myne zenuwe» hebben; ik zal een' nieuwen moed en een' nieuwen adem gevoelen; ik zal wanhoopig vechten; toen myne dagen gelukkig en voorfpoedig waren kon menig man zyn leven van my door eene boertigs zegging koopsn; maar nu zal ik myne tanden laaten zien, en alles.dat my in myn' loop wil ftui< ten naar den afgrond zenden. Kom wy zullen nog eens een' vrolyken nacht hebben; roept allen myne bedrukte legerhoofden tot my, wy zullen de bekers vullen; laaten wy nog eens den middernacht belachen. Cleopatra.

Het is heden myn geboortedag; ik bad gedacht dien armhartiglyk te zullen vieren; maar nu myn Heer weder Antonius is, zal ik weder Cleopatra zyn, Antonius.

Wy zuilen alles nog weder goed maaken.

Cle.

Sluiten