Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i3ï marcus antonius en cleopatra.

nietigt de arbeid alles, dat.zy 'voortbrengt; ja zelfs, de kracht verftrikt zichzelve door kracht; fluit dan (de oogen,) en alles is gedaan. ——» Erosl «— Ik kom, myne Koningin! — Eros! — Verwacht my, daar de (zalige) zielen op bloemen rusten; daar zullen wy hand aan hand gaan, en door onzen vrolyken gang allen de geesten doen verbaasd ftaan; Dido en haar iEneas zullen hunne opwachters verliezen, en de geheele menigie zal de onze zyn. — Kom, Eros.' Erosj (Eros komt weder.) Ex os.

Wat begeert myn Heer van my?

Antonius.

Zedert de dood van Cleopatra heb ik in zulk eene fchande geleefd, dat zelfs de Goden myne laagheid verroeijen. Ik, die met myn zwaard de waereld kon vierendeelen, en op den groenen rug van Neptunus lieden van fchepen bouwen, veroordeel my zeiven, omdat my de moed van eene zwakke vrouw ontbreekt; omdat ik minder groothartig ben dan zy, die door haare dood tegen Casfar zegt: „ Ik heb my zelve verwonnen." Gy hebt my gezworen, Eros, dat, wanneer de nood het ver« eischte, die het nu wezentlyk vereischt, wanneer ik de onvermydelyke vervolging van het ongeluk achter my zou zien, dat gy my dan op myn bevél zoud dooden. Doe het nu, want de tyd is thans gekomen. Gy verflaat niet my, maar (gy verflaat in my) Casfar. Laat uwe wangen rooder wor» den.

Eros.

De Goden verhoeden, dat ik doen zou,hetgeen geene Parthifchefchichten, fchoon vyandig, hebben kunnen doen.

Antonius. Eros, zoud gy in het magtig Romen voor een venfler flaande, willen aanzien, dat uw Heer, dus met de atmen kruiswyze op den rug gebonden, en

met

Sluiten