Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

137

DERTIENDE TOONEEL.

Het Tooneel verbeeld een prachtig Praalgraf.

Cleopatra, Ch arm i an , I ras. (boven^ aan een venfter.)

Cleopatra. Neen, Charmian, ik zal nimmer [vanhier gaan.

Charmian. Wees getroost, Mevrouw.

Cleopatra. Neen, ik wil niet getroost zyn; alle vreemde en verfchnkkelyke toevallen zyn my thans welkom, maar troost veracht ik; de toeftand onzer droef' heid, zo die evenredig zal zyn met de oorzaak, moet zo groot zyn als dat. hetwelk dezelve heeft voortgebragt. (Diomedes komt.) Hoe nu, Diomedes' Is hy dood?

Diomedes. De dood is over hem gekomen, maar hy is nog niet dood. Zie uit, aan de andere zyde van liet graf, zyne lyfwachten hebben hem daar gebragt. (Antonius word op bet Tooneel gedragen,) Cle opatra. o Zon, verbrand thans dengrootenkring, waar.in gy omloopt! —« Laat duifternis ruften op den wiffclvalligen grondflag der aarde! Ach, Antonius! Help , Charmian ! Iras , help ! Helpt, vrienden, daar beneden' laaten wy hem optrekken. Antonius. Wees ftil. — Casfar's dapperheid heeft Antonius niet overwonnen; maar Antonius heeft over zichzelven gezegenpraald.

Clopatra. Zo behoorde het ook te zyn, dat niemand An\ 5 tonius

Sluiten