Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T R E U R S PEL. 13*

Antonius. Ik fterf; (Koningin van) Egypten, ik fterf; geef my een weinig wyn.en laat my nog eenigewoor» den fpreeken.

Cleopatra. Neen, laat my fpreeken, en zó luid fchelden, dat de valfche Fortuin , door myne beleediging ver« ftoord, uit fpyt haar rad verbreeksAntonius.Eén woord, waardfte Koningin. Smeek uwe eer en veiligheid van Casfar af. — Ach' ——Cleopatra.Die (twee) kunnen nimmer te zaamen gaan.

Antonius. Myne waardfte, hoor my. Betrouw niemand van het gevolg van Ctefar dan ProcuiejusCleopatra.Myn befluit en myne handen zal ik vertrouwen, en niemand van Casfar's gevolg.

AntoNius. Schrei of jammer niet over den droevigen omkeer (van myn lot) op het einde van myn leven; maar vermaak uwe gedachten door die te voeden met myn voorig geluk, toen ik de grootfle en edelfte man der aarde was; en (ook hiermede) dat ik thans niet lafhartig fterf, en niet fchandelyk myn' helm afleg voor myn' landgenoot, als een Romein, die door een' Romein in den ftryd verwonnen is. Myn geest begeeft my thans; ik kan niet meer!

Cleopatra. Edelfte van alle mannen., wilt gy fterven ? Be* kommert gy u niet over my? Z3I ik nog langer vertoeven in deeze haatelyke waereld, die door uwe afweezigheid een' varkenftal gelyk geworden is? Ach, ziet, myne vriendinnenl De kroon der

wa».

Sluiten