Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

li% MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA.

Meefter, door u zelve van het leven te berooven; Iaat de waereld zyne edelmoedigheid wel befteed zien, welke door uwe dood nooit aan den dag zou kunnen komen.

Cleopatra.

Waar zyt gy, o Dood? Kom, kom hier, en roof eene Koningin, die meer waerdig is dan veele zui« gelingen en bedelaars.

Proculejus. i Maatig u toch, Mevrouw.

Cleopatra.

Ik zal geenerhande fpyzen gebruiken, Mynheer 5 ik zal-geen' drank drinken, en, al zou ook zotteklap daartoe noodig zyn, ik zal ook niet flaapen. Ik zal dit myn fterflyk huis verbreeken, Casfar doe vry wat hy kan. Weet, Mynheer, dat ik niet ge» boeid aan het hof van uw' Heer myne opwachting wil maaken, of ten eenigen tyd geftraft worden met het zedig gezicht van de vadzige Octavia. Zou men my opbeuren om my te toonen aan het juichend gepeupel van het verwytend Romen te laaten zien ? dat veeleer de een of andere poel van Egypten een eerlyk graf voor my zy! leg my veeleer moedernaakt op het flib van den Nyl, en laaten de wa. tervliegen my (door hunne beeten) tot een afgryzen doen opzwellen.' Maak veeleer voor my eene galg van de hemelhooge Pyramiden van myn land, en hang my in ketenen daaraan op.

Proculejus,

Gy ftrekt deeze akelige denkbeelden verder uit, dan gy rede daartoe in Casfar zult vinden.

DER-

Sluiten