Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 149 DERDE TOONEEL. Dolabella, de V00 ei oen.

Dolabella»

Proculejus, onze Heer Caefar weet wat gy gedaan hebt, en hy heeft om u gezonden; wat de Koningin betreft, ik zal haar bewaaren.

Proculejus.

Ik ben daarover zeer wel te vreeden, Dolabella; behandel haar vriendelyk- (Tegen Cleopatra.) Ik zal aan Caefar alles zeggen, dat u zal behaagen, indien gy u van my by hem bedienen wilt.

Cleopatra. ' Zeg hem , dat ik befloten heb te fterven. (Pre. culejus vertrekt 1)

Dolabella. Edele Koningin,gy zult zekerlyk vanmygehoord hebben.

Cleopatra. Dat kan ik niet zeggen.

Dolabella. Voorzeker kent gy my.

Cleopatra. Het is onverfchillig, Mynheer, wat ik gehoord,' of wien ik gekend heb. Gy lacht, wanneer kinderen of vrouwen droomen vertellen; is dit niet uwe gewoonte?

Dolabella. Ik verftaa u niet, Mevrouw.

Cleopatra. Ik droomde eens, dat 'er een zeker Veldheer Antonius was; ach, mogt ik nog eens zo flaapen .om nog eens zulk een' man te zien t Dolabella.

Zo het u behaagen mogt

K3 Cle-

Sluiten