Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

159

tïge menfchenwant waarlyk, zy heeft Ielyke nukken.

Cleopatra. Wees maar niet bevreesd, men zal wel zorg voor haar draagen.

Boer-

Het is wel. Maar, geef haar niets, bid ik u; want zy is niet waerdig, dat zy gevoed word. Cleopatra» Zou zy my opeeten ?

Boer.

Gy moet niet denken.dat ik zó onnozel ben,dat ik niet zou weeten, dat de duivel zelf geene vrouw zou opeeten» Ik weet, dat eene vrouw een lekker brokje is voor Goden; mits dat de'Duivel het niet klaarmaakt. Maar, waarachtig; die hoerekin» deren van duivels bruijen de Goden Ielyk met de vrouwen I Want als zy (de Goden) 'er tien maa» ken, dan bederven de duivels ten minfte vyf vaa de tien.

Cleopatra. Het is goed; gaa maar heen; vaarwel.

Boer.

Nu, zoals het gezegd is; ik wensch u veel vermaak met de flang- (Hy vertrekt.)

ZESDE TOONEEL.

Cleopatra, Charmian, Ibas.

Cleopatra. Geef my myn ftaatfiekleed, zet my de kroon op; ik voel een verlangen naar de onfterfiykheid in my. Van nu aan zal het zap der Egyptifche druiven niec meer myne lippen bevochtigen. — Schielyk ,fchielyk, waarde Iras; fpoed u. — My dunkt, ik hoor Antonius my roepen; ik zie hem ontwaaken, om

myne

Sluiten