Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en CLEOPATRA. TREURSPEL. 169

Pag. 20. Reg. 27, 28. Loei, myn kort geheugen! Het is een tweede Antonius;

De meening van dit gezegde is: „ Myne ver„ geetachtigheid is oorzaak , dat ik my zelve „ vergeet." Cleopatra noemt hier die vergcetach» tigheid Antonius; omdat die vergeetachtigheid haar vergeten had even als Antonius.

Dr. Warburton. Ibid. Ik verftaa de bovenftaande uitlegging van onzen Geleerden BtöorJeelaar niet. Het fchynt my toe, dat Cieopatra d^n veeleer zou gezegd hebben: „ Foei, myn geheugen is een tweede „ Antonius." Want het v/as haar geheugen, en niet haare vergeetachtigheid, dat, even als Antonius, haar vergat en verliet. Ik denk, dar deeze plaats kan herfteld worden door eene geringe verandering. Cleopitra iets willende zeggen, dat zy niet kon, of veinsde niet te kunnen herinneren roept uit:

0 My oblivion! — 's Is a very Antony, Foei, myne vergetelheid! —- Het is een tweede Antonius.

Dat is; ,, De gedachte, die in my opkwam, is „ een tweede Antonius, even trouwloos en vluch. „ tig, en heeft my onherroepelyk verlaten."

Dr. Johnson.

Ibid. Reg. 30, 31, 32.

Indien gy, 0 Koningin, de dwaasheid niet tot vw' onderdaan bad, dan zou ik u voor de dwaasheid zeive mosten houden.

Dat is: „ Indien gy my, die de grootfte dwaas „ van den aardbodem ben, niet tot uw' onderdaan ,, had, dan zou ik u daarvoor moeten houden." Dat dit de zin is blykt uit het antwoord van Cleopatra. Dr, Warburton.

L 5 Pag.

Sluiten