Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i7o AANMERKINGEN op M. ANTONIUS

Pag. 2i Reg. 18, ioDat bst niet een gebrek der Ce/ars is groote me, dedingers te baaien.

Digemeene leezing heeft hier:

It is not Cafar's natural vice to bate

One great competitor.

„ Dat het geen natuurlyk gebrek is van Casfar een' grooten Mededinger te haaten."

Doch Da. Johnson leest, myns bedunkens, beter:

Our Great Competitor.

Onzen grooten Mededinger. " Dewyl het dan onmiddelyk meer betrekking heeft op Marcus Antonius.

Vertaaler.

'Ibid. R?g. i • (van onderen )

Zyne gebreken zyn even als de flippen in b:t hemelgewelf,

Indien Shakespeare door de flippen in het heme!« gewelf de Herren verflaat, dan is de vergelyking gedwongen en oneigen, want de Herren zyn ten allen tyde voor verfierfelen van het hemelgewelf gehouden,

Dr. Johnson.

Ibid. De Ridder Hanmer leest ;

— as the fpots on ermine Or fires by nigbts blacknesf.

— als de vlekken van het bermelyn,

Of als vuurtn in de duisternis des nachts. Indien deeze leezing mag aangenomen worden, dan is de gelykenis zekerlylc minder gedwongen; fchoon die altoos min of meer oneigen b'yft,dewyl de vlekken of ftaarten van het hermelyn dienen om hetzelve te verfraaijen, en dus geene zinnebeelden van gebreken kunnen zyn-

Vertaaler. Pag.

Sluiten