Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in CLEOPATRA. TREURSPEL. 175

Pag. 61. Reg. 12——16.

Dr. Johnson is van gevoelen; dat deeze zin gebrekkig is; doch weet dien niet te herflellen; ik kan echter niet merken, dat dezelve onverftaanbaar is. De Bediende wil zeggen; „ dat een man,die „ enkel in naam eene hooge waerdigheid bekleed, „ zonder de magt te hebben, eene armhartige „ vertooning maakt, even als een aangezicht zon. „ der oogen."

Vertaaler.

Pag. 66. Reg. I.

„ Klopt eens op de kruiken." dat is: „ om te hooren hoeverre zy ledig zyn."

Dr. Johnson.

Ibid. Reg. 4, 3 (van onderen.) „ en by den Jluitregel zal een ieder zichzelven „ zo hard als by kan in de zyden [laan "

Volgens de leezing van Theobald zou deeze plaats moeten vertaald worden: „ en den chqorzang „ zal ieder zo' fterk uitfchreeuwen als zyne zyden „ het hem toelaaten. "

Vertaaler»

Pag. 67. Reg. g. (van onderen.) „ 0 Antonius, gy woont in bet buis van myn* „ Vader 1 "

Hier heeft de Dichter' het oog op zekere woord, fpeeling van den jongen Pompejus by gelegenheid van dit gastmaal in zyne Galei. Het huis van zyn* Vader te Romen, dat Antonius in bezit genomen had, ftond in eene ftraat.die de Galeijengenoemd wierd, om rede, dat die huizen allen de gedaante van galeijen hadden; dewyl hy nu Antonius over het onrecht, dat hy hem daardoor aangedaan had, een' fteek wilde geeven , zeide hy glimlachende onder den maaltyd: Hoe tarnen funt mea Carinm. „ Dit zyn evenwel myne Galeijen."

Theobald en Da. Warburton.

Pag.

Sluiten