Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tdff RICÖARD de II. KONING van Etf GEL

van vetraadery hem dubbel wederom in den haf» gefloten zou hebben. Laat hem, de adeldom van zyn koninglyk bloed ter zyde gefield zynde, geen bloedverwant van myn* wettigen Heer weezen, dan daag ik hem uit, en fpuw hem in het aangezichten noem hem een* lasterenden bloodaart.en deugniet, het welk ik bereid ben {taande te houden, en hem ten dien einde op te zoeken, al was ik ook verbonden om blootsvoets de bevrozen toppen der Alpen te beklimmen, of eenige andere onbewoonbaare landflreek , daar nooit eenig Engelander zyne voeten durfde zetten. Laai dit intusfchen eene verdeediging zyn van myne trouw; by alles, dat ik ooit te hoopen heb, hy liegt op de allerlasterïykfle wyze.

BOLINGSROKE.

Doodbleeke, zidderende bloodaart, daar werp ik myne handfchoen neder, en ftel myne bloedverwantfchap met den Koning ter zyde, my niet beroepende op myne vorflelyke afkomst, die gy uit vrees en niet uit eerbied hebt uitgefloten. Indien fchuldige angst u nog zoveel kracht heeft overgelaten, dat gy het onderpand van myne eer (van den grond) kunt opbeuren, buk u dan (om zulks te doen;) by dat (onderpand) en allen de andere rechten der Ridderfchap zal ik tegen u, arm tegen arm, ftaande houden alles da: ik gezegd heb, of dat gy daaruit kunt opmaaken.

M O W B R A Y.

Ik neem (uwe handfchoen) op, en ik zweer by dat zwaard, hetwelk met een' zachten flag de Ridderfchap op myne fchouderen gelegd heeft, dat ik u ten antwoord zal flaan met de lans en het zwaard , en met allen de wapenen by de Ridderfchap in gebruik ; en ik moet nooit levendig weder van myn paa?dflygen, wanneer ik het eenmaal beklommen heb, zo ik een verrader ben, of u onrechtvaardiglyk bevechtl R Rj<

Sluiten