Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S34 RICHARD de H. KONING tan ENGEL.

nog ongeborene ramp geteeld in de baarmoeder van de Fortuin my nadert; en het binnenile van myn gemoed, dat voor niets beeft , is echter zwaarmoedig over iets meer dan over het affcheid yan mynen Heer den Koning.

Bushy.

Elk wezentlyk verdriet heeft twintig fchaduwbeelden, die de gedaante hebben van het verdriet zelve: doch het inderdaad niet zyn; want het oog van de droefheid , door het glas van de traanen misleid, verdeelt eene geheele zaak in verfchsiden voorwerpen; even als vergezichten, die, wanneer sy wel befchouwd worden , niets dan verwarring opleveren; maar niet recht bekeken vertoonen zy eenige fchynbeelden. —--» Dus befchouwt uwe Majefteit ook het vertrek van den Koning van ter zyde, en vind gedaanten van droefheid, meer dan droefheid zelve, om te beweenen, welke wel befchouwd zynde niets anders zyn dan fchaduwen van datgeen , het welk zy inderdaad niet zyn ; derhalven, genadigfte Koningin, befchrei niets anders dan het vertrek van uwen Gemaal;meer kunt gy niet zien; of zo al, dan ziet gy het enkel met het oog van ingebeelde droefheid, die in de plaats van wezentlyke zaaken, fchynvertooningen beweent.

De Koningin. Laat dit zo zyn; echter zegt myn inwendig gemoed my het tegendeel. Hoe het ook weezen mooge, ik kan niet anders zyn dan droevig , en zó zwaar droevig, dat, fchoon ik denkende geene gedachte kan vormen, dit zwaarmoedig niets my echter doet yzen en uitteeren.

B u s h t.

Het is niets dan inbeelding, genadigfte Vrouw.

De Koningin. Het is niets minder dan dat; inbeelding word ftasds afgeleid van eenige voorgegaane droef heid;

en

Sluiten