Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

têi RICHARD de II. KONING vu ENGEL.

hoeverre het af is van het hart van Bolingbroke, dat zulkéen bloedrood onweder den frisfchen groenen fchoot van Koning Richard's land zou over» ftroomen. Gaa, maak hem dit bekend, terwyl wjr langs het grastapyt van deeze vlakte voorttrekken. Laaten wy den optogt doen zonder het krygsgej ucht van de dreigende trommelen, op dat men van binnen de vervallen bolwerken van dit Kasteel deoprechtheid van onze voorflagen mooge befpeuren. My dunkt, Koning Richard en ik behoorden eikanderen met Eeen' minder' fchrik te ontmoeten dan de hoofdftoffen van vuur en water, wanneer hunne donderende fchok, by hunne ontmoeting, het bewolkt aangezicht van den hemel opfcheurt; laat hy het vuur zyn, en ik zal het toegeevend water weesen; laat hy woeden, ik zal terwyl myn water op de aarde doen regenen; op de aarde, en niet op hem. Trekt voort, en laaten wy zien welk een gelaat Koning Richard toont.

ZESDE TOONEEL.

(De Trompet word geblazen voor de wallen van bet Kafteel, waarop van binnen geantwoord word,)

De Voorigen, en in bet verfcbiet (X Richard, de Bi'sfcbop van Carlisle, Aumerle, Salisbury, Scroop. (op de Wallen.

Yor e.

Zie, zie, Koning Richard verfchynt zelf, even gelyk de van misnoegen bioozende zon uit bet vuur rood poortaal van het oosten te voorfchyn komt, wanneer zy befpeurt, dat de nydige wolken zaamen gefpannen zyn om haar' luister te benevelen , en haaren fchitterenden togt naar het westen te bevlekken. Hy niet 'er nog koniirglyk óit; geef aoht

9.B

Sluiten