Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5i6 AANMERKINGEN op RICHARD de II.

Pag. 212. Reg. 18, io.

want dat gedeelte, betwelk gy ons fchuldig » zyt, verbannen wy te gelyk met u,"

Het is eene Quasftie, waar over de beroemdfte Geleerden, die over het Recht der Volken ge« fchreven hebben fteeds getwist hebben, te weeten: Of een .balling nog de onderdaan blyft van die Moogendheid , uit wier land hy gebannen is? Cicero en de Lord-Kanfelier Clarendon houden zulks ftaande; doch Hobbes en Puffendorb' ontkennen dit. Onze Dichter fchynt hier van het gevoelen der laatften te zyn.

Dr. Warburton.

■Pag. 216. Reg. 17, >■ 25.

Neen, veeleer zal elke verdrietige flap, dien ik doe, my te binnen brengen, boe groot een gedeelte van de waereld ik my verwyder van die juweelen , welken ik boven alles bemin. Moet ik niet een' langen leertyd uitftaan in bet -doorkruisfen van vreemd de landen, en kan ik, wanneer ik éénmaal myne vrybeid wedergekregen heb, wy wel op iets anders beroemen, dan dat ik tot myne eigene droefheid een reiziger geweest ben?

Dit geheel antwoord van Bolingbroke is in fommige oude uitgaaven weggelaten, doch ik heb de vryheid gebruikt van hetzelve uit de oude uitgaaf in quarto weder in te'voegen; wel is waar, dat de aanfpeeling op den leertyd van een' ambachtsman juist niet zeer verheven is, maar evenwel was dit antwoord, naar myne gedachten, nog te goed otn deswegens in het geheel weggelaten te worden.

Theobald.

Ibid.

De laatfte regel in het Engelsch:

But that I was a Journeyman to grief. kan ook dus vertaald worden:

Dan dat ik een reiziger mar de droefheid geweest ben.

of

Sluiten