Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KONING van ENGELAND, HIST. SPEL. 329

Pag. 208. Reg- 5, 4. (van anderen ) „ Kan niemand my iets melden van myn* an>' „ bezonnen' zoon? "

Deeze zaamenfpraak, tot daar Aumerle op het Tooneel komt, is eene zeer gepafte inleiding tot het toekomend karakter van Hendrik den Vyfden, tot zyne ligtmisferyën in zyne jeugd en tot zyne grootheid in zyn' manlyken ouderdom.

Da. Johnson. Pag. 302. Reg. 13, 12. (van onderen,)

„ De Bedelaares en de Koning. "

Het fchynt, dat 'er ten tyde van Shakespeare een tusfchenfpel geweest is, dat dien naam voerde, dewyl hy meer daarop gedoeld heeft op andere plaatfen, doch ik heb niet kunnen ontdekken, dat 'er thans nog eenig affchrift van voorhanden is. Dr. Johnson.

Ibid.

In het Engelsch ftaat, tbe Beggar and the King.

Dewyl nu het woord Beggar voor beiden de geslachten gebruikt word, is net onzeker of het gemelde tusfchenfpel genoemd is geweest de Be. delaar en de Koning, of, de Bedelaares en de Koning. Doch, naardien Dr. Johnson, zegt, dat hy daarvan geen affchrift heeft kunnen vinden, heb ik de vryheid gebruikt om den naam op de perfoon toe te pasfen.

Vertaaler.

Pag. 364, Reg. 14, 13. (van onderen.)

„ Pardonnez-mai."

Dat is: Vergeef bet my. Eene Frarjfche fpreek.

X s wy«

Sluiten