Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

346 De TWEE EDELLIEDEN vakVERONA,

ftaat op één' regel tweemaal zyn naam gefchreven: „ De arme ongelukkige Proteus, de verliefde Pro„ teus aan de beminnelyke Julia;" 'dat (laatfte) zal ik 'er affcheuren ;maar neen, ik zal niet;dewyl hy dien naam zo geeftig met zyn' klaagenden naam vereenigd heeft, zal ik die beiden tegen eikanderen toevouwen; zo, kust nu, omhelst nu, twist nu, doet alles, dat gy wilt.

Lucetta. {Weder op bet Tooneel 'komende.') MejufFer, het middagmaal is gereed,en uw Vader wacht u.

Julia. Laaten wy dan gaan.

Lucetta. Hoe, moeten die papieren hier als vertelseltjes op den grond blyven leggen?

Julia.

Zo gy achting voor dezelven hebt, neem die dan op.

Lucetta. Neen, ik was juist van voorneemen om die recht neder te leggen; maar evenwel zullen zy daar niet blyven leggen om te verkouden.

Julia.

Ik zie, dat gy dezelve nog in "geheugen houd.

Lucetta. Ja, MejufFer, ja, gy moogt zeggen wat gy wilt. en alles wat gy ziet, maar ik zie ook wel iets, wanneer gy denkt, dat ik pinkoog.

Julia.

Som, kom; behaagt het u mede te gaan.

VIER-

Sluiten