Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

348 De TWEE EDELLIEDEN van VERONA ,

maakt door den fnellen loop van den tyd; zeg my derhalven, waarheen ik hem best zal zenden. Panthion. Ik denk, dat het uwe Hoogedelheid niet onbe. kend is, dat zyn vriend, de jonge Valentino zyne opwachting maakt by den Keizer in deszelfs vorftelyk Hof.

Antonio.

Dit is my bekend. * Panthion.

My dunkt, dat het goed zou zyn, dat uwe Hoogedelheid hem derwaarts zond; daar zou hy ridderlyke fpelen, en tournooijen kunnen bywoonen, fraaije redenen hooren, en verkeeren met edellieden, en ooggetuige zyn van allerhande oefeningen, die gevoeglyk zyn voor zyne jeugd en hooge geboorte.

Antonio.1

Uw raad gevalt my; gy hebt wel gefproken, en» om te toonen dat ik in denzelven een wezentlyk behaagen fchep, zal ik dien tetflond werkitellig maaken, en hem zo fpoedig als mooglyk is naar het Hof van den Keizer zenden.

Panthion.

Morgen, als ik het uwe Hoogedelheid zeggen mag, gaat Don Alfonfo met andere Ridders van aanzien op reis om den Keizer te gaan begroeten, en hem hunnen dienst aan te bieden.

Antonio.

(Dat is) een goed gezelfchap (voor hem;) Proteus zal met hen g'.an. (Zie daar komt hy) ten rechten tyd. Nu zullen wy meteen affcheid van hem neemen.

Proteus. (Op bet Tooneel komende.) Bekoorlyke liefde! bekoorlyke letteren! bekoor' lyke mionaares! Hier is haare hand, de tolk van haar hart; hier is haar eed, dat zy my bemint, het onderpand van haar eer. Achl dat onze vaders

in

Sluiten