Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L Y S P E L. 349

in onze liefde wilden Hemmen, en ons geluk door hunne goedkeuring beveiligen ! o , Goddeiyke Julia!

Antonio. Hoe is het, welk een' brief leest gy daar?

Proteus. Onder uw welneemen, Vader, het is een woord of twee van*aanbeveeling. my toegezonden van Valentino, door een' vriend, die van hem geko» men is.' .

Antonio. Geef my den brief; Iaat my zien, wat nieuws (daarin ftaat.)

Proteus.

Daar is geen nieuws in, Signor, dan dat hy fchryft, hoe vermaakelyk hy leeft , hoe zeer hy bemind word van den Keizer, die hem üagelyks nieuwe vriendfchap betoont; en dat hy niets anders wenscht, dan my by zich te hebben.

Antonio. En hoe bevalt u deeze wensch?

Proteus. Als iemand, die geheel afhangiyk is van uwen wil, -en niet van zynen vriendeyken wensch. Antonio. Myn wil ftemt eenigermaate met zyn' wensch overeen. Word niec gemelyk, omdat ik zo grooten fpoed maak; want dat ik wil dat wil ik; en daarmede gedaan. Ik heb befloten, dat gy eenigen tyd u zult ophouden by Valentino aan het Hof van den Keizer. Zoveel onderhoud, als hy-van zyne ouders geniet, zoveel zal ik u ook geeven; houd u gereed om morgen te vertrekken. Geene verfchoo. ning, want ik ben onverzettelyk, Proteus.

Heer Vader, ik kan zo fpoedig niet van alles voorzien zyn; ik bid u overleg het nog een' of twee dagen.

An

Sluiten