Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

354 De TWEE EDELLIEDEN vak VERONA,

Valentino. Wat denkt gy wel van my, knaap? Ik ftaa borg voor haare fchoonheid.

Speed.

Gy hebt haar niet gezien zedert dat zy lelyk geworden is.

Valentino. Hoe lang is zy dan lelyk geweest?

Speed.

Zo lang als gy haar bemind hebt.

Valentino. Ik heb haar bemint zo haast ik haar gezien heb, en nog zie ik haar fchoon.

Speed.

Als gy haar bemint kunt gy haar niet zien. Valentino.

Waarom niet?

Speed.

Omdat de liefde blind, o, Dat gy myne oogen had, of dat uwe oo.^en nog het gezicht hadden, hetgeen zy plee^en te hebben, toen gy Signor Proteus bekeeft, omdat by met de koufen op de hielen liep.

Valentino. En, wat zou ik dan z-sn?

Speed.

Uwe eigene dwaasheid , en haare byzondere lelykhèid; want hy verliefd zynde kon niet zien zyne koufebandcn op te binJen, en gy, nu gy verliefd zyt, kunt niet zien uwe koufen aan te trekken.

Valentino. Wel, knaap dm zyt gy ook waarfchynlyk verliefd; want n et lang geleden kond gydes ochtends, niet zien myne fchoenen fchoon te maaken. Speed.

Voorzeker, Mynheer, was ik verliefd; ik was verliefd op myn bed} en ik dank u, dat gy my

voor

Sluiten