Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S L Y S P E L. 3S$

Sylvia. Wie is dat, Mynheer?

Val-entino. Gy zeïve, fchoone Sylvia, gy hebt vuur gegë. ven. Signor Thurio wfar.gr zyne geestigheid van de oogwenken van u, Mevrouw; en verkwist williglyk in uw gezelfchap hetgeen hy daarvan ontfargt.

Thurio.

Indien gy woord tegen woord met my wilt wis» ftr'en, Signor, dan zal ik uwe geeftigheid bankroet doen fpeelen.

Valentino.

Ik weet wel, Signor, dat gy een' goeden fchat van woorden bezit, en, zo het my voorkomt, hebt gy ook niets anc'ers om aan uwe bedienden te leven; want het blykt aan hunne naakte live* ryën, dat zy van uwe naakte woorden leeven. Sylvia.

Niet meer, Heeren, niet meer. Daar komt myn Vader.

VYFDE TOONEEL.

De VeoRiGEN, de Hertog, Gevolg.

de Hertog. Zo, Dochter Sylvia . gy zyt hier fterk bezet. Signor Valentino, uw Vader is nog welvaarende; wat zoud gy zeggen van eene tyding van uwe vrien. den, die veel goeds behelsde?

Valentino. Myn Heer, ik zou hartelyk dankbaar zyn voor eenige goede tyding vandaar,

de Hertog. Kent gy Don Antonio, uw' landsman ?

Va<

Sluiten