Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L Y S P EL.

373

of even alg de eene fpyker door geweld gedreven den anderen uit de plaats floot, even zo is de ge. dachtenis aan myne voorfge minnaares door een nieuw voorwerp geheel verdieven. Is het myn oog, of het pryzen van Valentino, haare wezent» iyke volmaaktheid , of myne overtreeding, die my dus onredelyk doet redeneeren ? Zy is fchoon, en zo is ook Julia, welke ik bemin S of welke ik bemind heb, want nu is myne liefde verfmolten, die even al» een waschen beeld voor het vuur gehouden geene gedaante behoud van datgeen, hetwelkhet verbeeld heeft. My dunkt, dat myne zucht voor Valentino begint te verflaauwen, en dat ik hem zo fterk niet meer bemin als te vooren. Acht ik bemin zyne minnaares maar al te veel, en dit is de rede dat ik hem zoveel niet meer bemin. Hoe zal ik baar in het vervolg met meer verftand kunnen beminnen, daar ik haar met zo weinig wederhouding begin te beminnen ? Tot nog toe heb ik niets anders befchouwd dan haare uiter'yke gedaante, en die heeft de oogen van myne rede reeds zo zeer doen fchemeren, maar wanneer ik eens haare volmaaktheden zal nebben leeren kennen, dan is'er geen twyfel aan, of dezelven zul< len geheel blind worden. Indien ik kan zal ik myne dooiende liefde doen terug keeren, zo niet zal ik al myn verftand aanwenden om die te be* dwingen.

(Prtteus vertrekt.)

Aa 3

A O Ti

Sluiten