Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

170* Di TWEE EDELLIEDEN van VERONA

gy daarvan, dat myn Heer zulk een uitfteekende minnaar geworden is?

Launce. Ik heb hem Dooit anders gekend.

Speed. Hoe verflaat gy dat?

Launce.

Dan als een uitfieekende minnaar van wat goeds. Speed.

Gy verflaat my niet; ik wil zeggen, dat hy brandend verliefd is.

Launce.

Wel nu, ik kan u zeggen, dat 'er my weinig aan gelegen legt, al wilde hy zich verbranden in de liefde, wanneer gy flechts met my wilt gaan naa? een bierhuis, en wanneer gy dat niet wilt dan, dan zyt gy een fmous, of een turk, die de» naam niet verdient van een' chriflenmansch. Speed.

En waarom?

Launce.

Gmdat gy zóveel menschlievendheid niet bezit, dat gy in een bierhuis wilt gaan met een' chrl. ftenmensch» nu wilt gy met my gaan?

Speeb.

Jk ben tot uw' dienst.

(Zj vertrekken.)

NEGENDE TOONEEL.

Proteos. (alleen,) Verlaat ik myne Julia, dan ben ik meineedig; bemin ik Sylvia, dan ben ik meineedig, benadeel ik myn' vriend, dan ben ik ten hoogde meineedig; en juist diezelfde magt, welke my eerst heeft doen zweeren, dwingt my nu tot deeze drievoudige meiaeedigheid. De liefde deed my een' eed

doen.

Sluiten