Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■ 384 De TWEE EDELLIEDEN vaSVERONA,

de Hertog.

Signor.Proteus.ik dank u voor uwe braavezorg. en ter belooning van dezelve kunt gy over my be! veelen zo lang ik zal leeven. Ik zelf heb deeze hunne genegenheid menigmaal gezien, by toeval, wanneer zy dachten, dat ik vast in flaap was, en ik ben ook dikwyls van voorneemen geweest om Signor Valentino haar byzyn te verbieden, en te gelyk myn Hof; maar vrcezende, dat ik in myne achterdocht mogt dooien, en dien man onrecht* vaardiglyk myne gunst ontzeggen, eene overyling, waarvoor ik my altoos gewacht hebt; heb ik hem fteeds een goed gelaat getoond; ten einde daardoor eenmaal te ontdekken datgeen, hetwelk gy my nu geopenbaard hebt. En om u te toonen, dat ik daarvoor bevreesd ben geweest, zo weet, dat ik , verzekerd Jdat de tedere jeugd ligtelyk verleid kan worden, haar eene bovenkamer tot haare flaap. plaats gegeven heb, waarvan ik zelf altoos des nachts den fleutel gehouden heb, zodat zy vandaar niet weggevoerd kan worden, Proteus.

Weet, edele Vorst, dat zy een middel bedacht hebben, waardoor hy haar kamervenfter zal beklimmen , en haar afdraagen langs eene ladder van touw; welke deeze jonge minnaar, nu is gaan haaien, en oogenblikkelyk daarmede langs deezen weg zal komen; daar gy hem, zo het u behaagt zelf zult kunnen onderfcheppen. Maar,myn waarl de Heer, overleg het toch zó voorzichtig, dat hy myne ontdekking niet bemerken kan, wantgenegenheid voor u.en niet haat tegen myn' Vriend heeft my u deezen aanflag doen bekend maaken. de Hertog,

Op myne eer, hy zai nimmer te weeten kry. gen, dat ik hierin door u eenig licht gekregen jpeb.

Pro.

Sluiten